In de lijst met apparaten worden alle apparaten voor het huidige project weergegeven. Vanuit de lijst met apparaten kunt u alle apparaten in het project beheren. U kunt bepalen hoe de lijst met apparaten wordt weergegeven.
De weergave instellingen blijven niet behouden wanneer u van project wisselt of uitlogt bij Field View
| Veldnaam | Definitie |
| Ref | Het referentienummer van het apparaat. Wordt door het systeem gegenereerd en kan niet worden gewijzigd. |
| Naam | De naam van het apparaat. Wordt door het systeem gegenereerd en kan niet worden gewijzigd. |
| Beschrijving | Een beschrijving van het apparaat. Kan het besturingssysteem, de naam van de gebruiker of andere informatie bevatten. |
| Apparaatnr | Het apparaat nummer dat is toegewezen door uw bedrijf. |
| Laatste sync | De datum waarop de sync op de telefoon is uitgevoerd. Deze datum wordt door het systeem gegenereerd. |
| Datum aangemaakt | De datum waarop het apparaat aan een Field View project is toegevoegd. Deze datum wordt door het systeem gegenereerd. |
| Serienr | Het serienummer van het apparaat. |
| Model | Het type apparaat. |
| Ingeschreven | Geeft aan dat het apparaat met succes met een project is gesynchroniseerd. |
| Actief | Geeft aan dat het apparaat kan syncen met een project in Field View. |
| Gemaakt door | De naam van de gebruiker die het apparaat via de automatische download heeft ingeschreven. |